Home >> Asterix van A tot Z >> Thematische informatiedossiers >> De Gallische Gastronomie

De Gallische Gastronomie


Everzwijn, mythe of werkelijkheid?

In tegenstelling tot wat de avonturen van Asterix doen geloven, waren everzwijnen niet het favoriete voedsel van de GalliŽrs. Ze aten liever varkens- en rundvlees (die ze fokten) met granen (de GalliŽrs ware boeren), en dronken daarbij graag gerstenat, honingwater of Italiaanse wijn.
Varkensvlees stond hoog op de menukaart van de GalliŽrs, die dit vlees graag gekookt of geroosterd warm aten of koud in de vorm van diverse vleeswaren. De slacht van een varken was reden tot feest. Men bereidde hammen, worsten, spek, zure zult, bloedworst en quenelles van het vlees. De koude vleeswaren werden gedroogd, gerookt, gepekeld of gekonfijt (bewaard in vet). Wat niet door de familie gegeten werd, kon verkocht worden op de markt.
Het vet, de varkensreuzel, werd gebruikt in de keuken. .

Het Gallische feestmaal, een traditie van edellieden en krijgers

Het Gallische feestmaal was een echt bestaande traditie.
Behalve dat het een gelegenheid vormde om collectief feest te vieren, was het banket vooral een vertoon van rijkdom en prestige. Het Gallische sociale systeem was gebaseerd op een rijke adelstand, zodat deze feestmalen aanleiding gaven tot onderlinge concurrentie. Door onbegrensde uitgaven voor wijn en eten, kon men namelijk zijn populariteit sterk verhogen en daardoor brede steun verwerven, wat gelijk stond aan macht.
Later werd tijdens het banket tevens een krijgsraad gehouden voorafgaand aan de grote veldslagen. De moedige Gallische krijgers die niet bang waren voor de dood, dronken wijn, dat het bloed van de vijanden symboliseerde en dat ze weldra overvloedig zouden doen laten vloeien.

De wijn in de Gallische cultuur

Oude teksten bewijzen het: de GalliŽrs hielden veel van wijn.
Behalve in het zuiden van Gallia waar de wijnbouw ingevoerd werd door de Grieken toen zij terugkwamen uit Klein-AziŽ in 600 voor Christus, werd er plaatselijk nog geen wijn verbouwd. Het werd geÔmporteerd uit Griekenland en ItaliŽ in amforen, die de GalliŽrs later vervingen door vaten, die steviger en minder poreus waren.
Alleen de Gallische edellieden dronken regelmatig wijn, die zij overvloedig lieten vloeien tijdens hun beroemde feestmalen. Het is dus niet verwonderlijk, dat deze drank een onmiskenbaar machtssymbool is geworden en zelfs nu nog een bijzondere uitstraling heeft. De Gallische wijn leek niet veel op de drank die wij tegenwoordig kennen: men dronk namelijk vooral "geresineerde" wijn (picatum) of zeer stroperig zoete wijn (passum).



[Vorige bladzijde | Volgende bladzijde]

Valid XHTML 1.0 Transitional